• top stories
  • read
  • newsarchive
  • by deepjournal
1 December 2003
|
Dit artikel is deel van de serie The creation of war motives.
| 1 | 2 |
Het creëren van oorlogsredenen
Pearl Harbor en het Tonkin-incident
Door Daan de Wit. Eerder gepubliceerd in De Humanist.
Incidenten die tot oorlog hebben geleid, blijken dikwijls bewust uitgelokt of zelfs gecreëerd te zijn. Er zijn sterke aanwijzingen dat de aanval op Pearl Harbor in 1941 vooraf bekend was bij de VS. En de aanleiding voor de oorlog in Vietnam, het ‘Tonkin-incident’, is waarschijnlijk bewust buiten proportie gepresenteerd.

Op 7 december 1941 wordt Pearl Harbor aangevallen. Jaren later vergelijkt de Amerikaanse president George W. Bush de aanval van 11 september 2001 met die op Pearl Harbor. Maar klopt die vergelijking wel? Of was het zo dat de toenmalige Amerikaanse regering vantevoren wist dat de Japanse aanval zou gaan plaatsvinden? Ondermeer volgens John Toland, historicus en winnaar van een Pulitzerprijs, had president Roosevelt voorkennis van de aanval.

De Amerikaanse regering was op de hoogte van de komende aanval, dankzij informatie van de Nederlandse regering, schrijft Toland in zijn boek Infamy, Pearl Harbor and its Aftermath. Hij vernam dit van de Nederlandse generaal Albert C. Wedemeyer. Deze vertelde hoe tijdens een bijeenkomst in 1943 vice-admiraal Conrad E. L. Helfrich van de Nederlandse marine zijn verbazing had uitgesproken dat de Amerikanen waren verrast door de aanval op Pearl Harbor. De Nederlanders hadden de Japanse code gebroken en waren van de aanval vantevoren op de hoogte en daarop had de Nederlandse regering de Amerikaanse regering gewaarschuwd. De vraag is nu of de Amerikanen inderdaad verrast waren.

In dit verband zijn de notities van Harold Ickes, de adviseur van Roosevelt, opmerkelijk te noemen. Hij schrijft in een memo aan zijn president op 23 juni 1941, een dag na Hitlers invasie van Rusland: 'Als gevolg van het [Amerikaanse] olie-embargo voor Japan zou er een situatie kunnen ontstaan waarbij het niet alleen mogelijk, maar zelfs gemakkelijk zou worden om op effectieve wijze in deze oorlog te geraken'. Het Witte Huis dacht in dit soort omwegen omdat driekwart van de bevolking niet betrokken wilde raken bij WOII. Oorlogsminister Henry Stimson schrijft op 25 november 1941 in zijn dagboek: 'De vraag was hoe we ze [Japan] zover moesten krijgen om het eerste schot te lossen'.

Driemogendhedenpact
Ook het hoofd van het Verre-Oostenkantoor van de geheime dienst van de Marine, de in Japan geboren en getogen luitenant Arthur McCollum, wilde met behulp van een aanval op Japan de Verenigde Staten in een oorlog betrekken, met als hoofddoel in aanval te kunnen gaan tegen Duitsland. Japan had op 27 september 1940 het Driemogendhedenpact getekend, een alliantie met Duitsland en Italië waarbij de landen elkaar zouden helpen, mochten ze worden aangevallen. Om het oorlogsdoel van de Amerikaanse regering te bereiken, ontwikkelde McCollum een acht-stappenplan, onthult auteur Robert B. Stinnett in mei 2000 tijdens een presentatie van zijn boek Day of Deceit - The truth about FDR and Pearl Harbor.

Het stappenplan was gebaseerd op het feit dat niet alleen de diplomatieke code maar ook de militaire code van de Japanners was gekraakt waardoor 11 maanden lang, tot de aanval op Pearl Harbor, de VS volledig op de hoogte waren van de Japanse plannen. Stinnett is oorlogsveteraan, heeft nog met George Bush Sr. gediend op een oorlogsschip, en heeft zeventien jaar onderzoek gedaan voor het boek. Auteur Gore Vidal, The New York Times en de Washington Post waren zeer positief over zijn boek.

Het belangrijkste deel van de acht stappen, was 'Actie F', zorgen dat de Stille-Oceaanvloot in het kwetsbare Hawaiiaanse Pearl Harbor kwam te liggen, in plaats van aan de Westkust van de VS. Op 8 oktober 1940, een dag na het ontvangen van het plan, had Roosevelt het goedgekeurd en bracht hij de commandant van de Amerikaanse vloot, admiraal James Richardson, op de hoogte. Deze weigerde mee te werken en werd ontslagen, waarna Roosevelt diens baan gaf aan de tot dan toe onbekende admiraal Husband Kimmel die hij bevorderde tot viersterren-admiraal. Dezelfde bliskemcarrière onderging Walter Short die werd gepromoveerd tot driesterren-luitenant-generaal en de baas werd over de legertroepen in Hawaii.

Intussen zat de vijand niet stil, zo wist Roosevelt, dankzij de steeds onderschepte berichten van een Japanse spion die vanaf maart 1941 in Pearl Harbor voorbereidingen trof voor het Japanse bombardement. De spion heeft ongehinderd zijn werk kunnen doen. Ook de aanvalsplannen die de Japanse admiraal Yamamoto ontwikkelde, werden op de voet gevolgd. Dit was mogelijk dankzij de onderschepping van gecodeerde berichten door 22 radiostations, waaronder Britse en Nederlandse in 'Indië', waarna de berichten door de VS werden gedecodeerd. Plan B uit het 8-stappenplan: 'Overeenkomsten moeten worden getroffen met de Nederlanders teneinde Amerikaanse marinetroepen te stationeren in Indië'.

Niets werd aan het toeval overgelaten om Roosevelts provocatiepolitiek te doen slagen. Om de pers in de hand te houden, werd die op 15 november 1941 ingelicht. Stafchef van het leger, generaal George Marshall, informeerde in Washington de bureauchefs van ondermeer de New York Times, de New York Herald Tribune, Newsweek en Time. Hij zwoer ze geheim te houden dat Japanse codes waren gekraakt en dat de oorlog werd verwacht voor de eerste week van december. De journalisten zwegen keurig, net zo braaf als bij ons later tijdens de Greet-Hofmansaffaire en tegenwoordig bij het zwijgen over de Bilderbergbijeenkomsten.

Schrootschuiten
Eind november 1941 stuurt Roosevelt een bericht naar alle militaire commandanten: 'De VS verlangt dat Japan de eerste openlijke daad stelt'. Generaal MacArthur kreeg van Roosevelt de opdracht zich afzijdig te houden. 'Houd een defensieve houding aan en laat Japan als eerste een openlijke oorlogsdaad stellen', zo parafraseert auteur Stinnett president Roosevelt. 'En dat is wat MacArthur deed'.
Intussen zei Roosevelt tegen het Amerikaanse publiek. Stinnett: 'Hij zei: 'Ik zal uw zonen niet ten oorlog sturen, tenzij we worden aangevallen'. En toen fabriceerde hij deze aanval, teneinde ons bij de oorlog te betrekken, in feite tegen Duitsland. Maar ik denk dat dit zijn enige optie was. Dat zeg ik ook zo in mijn boek', aldus Stinnett.

Zodra de Japanners waren vertrokken voor hun aanval, werden schepen op de route naar Pearl Harbor op last van de Amerikaanse marine omgeleid om te voorkomen dat ze onderweg de Japanners zouden kruisen. Omdat midden in de enorme Stille Oceaan de vloot er wel heel kwetsbaar bij lag, trof Roosevelt zijn maatregelen. Hij zorgde dat de nieuwste oorlogsbodems Pearl Harbor verlieten naar een veilige haven, zodat alleen een stel afgeschreven schepen uit de Eerste Wereldoorlog overbleven. Pearl Harbor werd aangevallen op 7 december 1941; er vielen bijna 2400 doden.

Communistische torpedoboten
De aanleiding voor het begin van de Vietnamoorlog was het Tonkin-Golfincident waarbij het 'Vrije Westen' werd aangevallen door de 'imperialistische communisten'. Maar bijna veertig jaar later is niet iedereen het daar nog over eens. Zelfs een gezaghebbende Amerikaanse encyclopedie houdt een slag om de arm: 'Op vier augustus 1964 zouden Noord-Vietnamese torpedoboten, waarvan wordt beweerd dat ze niet zouden zijn geprovoceerd, in de Golf van Tonkin Amerikaanse destroyers hebben aangevallen die daar informatie verzamelden en doorgaven aan Zuid-Vietnam', schrijft Encyclopedia.com
Een van de mensen die altijd al heeft geijverd dat de waarheid over de aanleiding van de Vietnamoorlog aan het licht kwam, is Daniel Ellsberg. Hij werkte toentertijd in het Pentagon en las de meest recente legerverslagen die ongecensureerd binnenkwamen over de netelige situatie voorafgaand aan de oorlog met Vietnam en werkte later aan het top secret document Decision-making in Vietnam, 1945-68 van defensieminster Robert McNamara. In 1969 fotokopieerde hij het 7000-pagina's tellende rapport en gaf het aan een onderzoekscommissie en aan een aantal kranten, waarna het bekend werd als de Pentagon Papers.
In het eerste hoofdstuk van zijn boek Secrets, A Memoir of Vietnam and the Pentagon Papers schrijft hij over het contrast tussen wat hij las van wat er werkelijk gebeurde en de leugens die Pentagon verspreidde aan het Congres. Dat begon ermee dat informatie werd achtergehouden over de achtergronden bij Plan 34A, ook wel 34 Alpha. In het tijdschrift Vietnam van augustus 1997 schrijft de Amerikaanse kapitein Ronnie E. Ford dat dankzij allerlei nieuwe publicaties en vrijgegeven overheidsdocumenten het verhaal aan het licht komt van voormalige Zuidvietnamese speciale strijdkrachten die deel waren van de Amerikaanse geheime operatie Plan 34A.

Plan 34A was een CIA-operatie die bestond uit het stoken van onrust en het provoceren van het Noord-Vietnamese leger door het uitvoeren van bombardementen en sabotages. Doel was het ontlokken van tegenacties zodat een reden zou ontstaan Noord-Vietnam de oorlog te verklaren. Om de resultaten van de provocaties maar niet te missen, was er een destroyer van de DeSoto-patrouille in de buurt. Die droeg verder zijn steentje bij door spionagepatrouilles uit te voeren binnen de territoriale wateren van Noord-Vietnam.

Na een eerste Noord-Vietnamese tegenaanval waarbij geen slachtoffers waren gevallen aan Amerikaanse kant, besloot president Johnson geen verdere actie te ondernemen, behalve het toevoegen van een destroyer aan de DeSoto-patrouille. Ook stuurde hij een formeel protest naar Hanoi dat 'iedere volgend ongeprovoceerd offensief tegen de Amerikaanse strijdkrachten onvermijdelijk ernstige gevolgen' zou hebben.

Op 4 augustus 1964 rapporteerden de Maddox en de USS C. Turner Joy dat ze werden aangevallen, een tweede aanval dus, dit 17 uur na 34Alpha-aanvallen op Cap Vinh Son en Cua Ron. Ellsberg krijgt van kapitein Herrick een serie bloedstollende berichten over de aanval die in het pikkedonker plaatsvindt. Overal zijn torpedo's die maar ternauwernood worden ontweken door de schepen die intussen hard terugvechten. Ineens stoppen de berichten en heeft Ellsberg tijd om te beginnen aan het sorteren van de informatie.

Schaduwschieten
Na een halfuur komt een nieuwe berichtensroom op gang, maar nu veel kalmer dan de eerdere woeste wateren: Herrick meldt dat ondanks alle chaotische actie er mogelijk helemaal geen aanval is geweest. Deel van alle paniek was dat de sonarman van de Maddox het propellorgeluid van zijn eigen boot heeft aangehoord voor dat van torpedo's, waarna de hel losbrak en urenlang in het wilde weg wordt geschoten door de schepen en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen die ten hulp komen. Op de door Herrick voorgestelde verkenningsvlucht kan piloot James Stockdale geen enkel overblijfsel van een gevecht constateren en rapporteert 'niets dan zwarte zee en Amerikaanse vuurkracht'. Ellsberg zegt: 'In latere jaren was het duidelijk dat er geen aanval was geweest. Ze bevochten radar- en sonarschaduwen in het water, waarop ze vuurden. En er waren geen torpedo's in het water, zoals ze hadden gemeend'. [Iets dat in december 2005 wordt herbevestigd door vrijgegeven documenten].

Kapitein Ford in het tijdschrift Vietnam: 'Ondanks de aanbeveling van de recentelijk aangestelde kapitein John J. Herrick dat de omstandigheden -duisternis, een stormachtige zee en een onervaren bemanning- reden was voor een 'grondig onderzoek' zei oorlogsminister McNamara tegen het Congres dat er 'onweerlegbaar bewijs' was van een tweede 'ongeprovoceerde aanval' op Amerikaanse schepen'. Enkele uren na diens onthullingen gaf het Congres haar goedkeuring aan de Tonkin-Golfresolutie. Hiermee waren de geheime 34A-plannen geslaagd die toentertijd eerder tot in detail door Ellsberg hoogstpersoonlijk aan het 303 Committee waren bezorgd ter verificatie. Dit comité autoriseerde alle geheime operaties en overlegde ze met de president. De VS begonnen de Vietnamoorlog op basis van een geprovoceerde aanval die niet had plaatsgevonden.

In 1964 moest president Johnson het opnemen tegen de oorlogszuchtige republikein Barry Goldwater. Johnson's tactische ambitie de rol van aangevallen vredesduif te vervullen, betaalde zich uit na de aanname in augustus 1964 van de Tonkin-Golfresolutie: in november kon hij de verkiezingswinst met het historisch grootste verschil ooit noteren.

Oorlog tegen terrorisme
George W. Bush vergeleek de aanval van 11 september met die op Pearl Harbor. Zou het, gezien de prestaties van zijn voorgangers, kunnen zijn dat die vergelijking treffender is dan bedoeld? De lijst met aanwijzingen dat het Witte Huis van tevoren van de 911-aanslag op de hoogte was, groeit met de dag en dat begint ook binnen de reguliere media op te vallen, getuige een 7000-woorden lang artikel in The Guardian van Gore Vidal met allerlei bewijzen, en soortgelijke artikelen van de voormalige ministers Von Bülow (Duitsland) en Meacher (Engeland).
De lijst met voorbeelden is schrikbarend groot. Wat bijvoorbeeld te denken van het bericht dat vijftien kapers hun visa kregen dankzij de CIA in Jeddah? Of Bush zelf, die nota bene na de eerste crash op 11 september nog op bezoek gaat bij een schoolklas, waar hij hoort van de tweede crash terwijl blijft luisteren naar het verhaal over een geitje. Bush, de Commander in Chief van het leger, blijft rustig zitten en houdt drie kwartier na de eerste crash in de school een toespraak in plaats van tegenmaatregelen te coördineren.

DeepJournal
Sign up for the free mailing list.